FAQ

Veerpoten en schokdempers werken op min of meer dezelfde manier, maar hun design is heel anders. Beide moeten voorkomen dat de veer te sterk beweegt. Veerpoten zijn echter ook een structureel element van de ophanging. Veerpoten kunnen de plaats innemen van twee of drie onderdelen van een conventionele ophanging en ze worden vaak als een scharnierpunt voor de stuurinrichting gebruikt en voor het afstellen van de wielposities voor de uitlijning.

Deskundigen raden aan schokdempers en veerpoten iedere 80.000 km te vervangen. Uit tests blijkt dat de prestaties van originele gasgevulde schokdempers en veerpoten meetbaar afnemen bij 80.000 km*. Bij veel populaire auto’s kan door het vervangen van schokdempers en veerpoten het rijgedrag en het comfort van de auto worden verbeterd. In tegenstelling tot een wiel, dat per kilometer een bepaald aantal keren ronddraait, kan het zijn dat een schokdemper of veerpoot op een vlak wegdek een paar keer per kilometer wordt samengedrukt en op een ruw wegdek enkele honderden keren. Er zijn nog andere factoren die van invloed zijn op de levensduur van een schokdemper of veerpoot, zoals het weer, de hoeveelheid en het soort vuil op de weg, rijgedrag, belading van het voertuig, wijzigingen aan de combinatie van band en wiel, en de algemene mechanische toestand van de ophanging en de banden. Laat uw schokdempers en veerpoten ieder jaar of iedere 19.000 km door uw plaatselijke Monroe Expert Plus-dealer of in ieder geval een monteur met een ASE-certificaat controleren. *Het werkelijke aantal kilometers kan anders zijn en is afhankelijk van de vaardigheden van de bestuurder, het voertuigtype, de rijstijl en het wegdek.

Meestal is het voor eigenaars eenvoudig om te bepalen wanneer hun banden, remmen en voorruitwissers zijn versleten. Schokdempers en veerpoten zijn echter niet zo gemakkelijk te controleren, hoewel deze veiligheidskritieke onderdelen zeer ontvankelijk zijn voor alledaagse slijtage. Schokdempers en veerpoten moeten iedere keer wanneer de auto voor werkzaamheden aan banden, remmen of voor een uitlijning bij de garage komt, door uw plaatselijke Monroe Expert Plus-dealer of een monteur met ASE-certificering worden gecontroleerd. Tijdens een proefrit kan een monteur een ongewoon geluid horen dat afkomstig is van de ophanging. De monteur kan ook merken dat het voertuig te sterk veert, slingert of duikt tijdens het remmen. Hierdoor kan een extra inspectie nodig zijn. Als de schokdemper of veerpoot een grote hoeveelheid vloeistof is verloren of als de demper of poot is verbogen of gebroken, of als de beugels zijn beschadigd of de bussen zijn versleten, moet het onderdeel worden gerepareerd of vervangen. Gewoonlijk moeten een onderdeel worden vervangen als het zijn taak niet meer uit kan voeren of als het niet voldoet aan een designspecificatie (ongeacht de prestatie) of als het ontbreekt. Er kunnen ook vervangingsschokdempers worden geplaatst om het rijgedrag te verbeteren, als voorzorgsmaatregel of om aan een speciale vereiste te voldoen. Nivellerende schokdempers kunnen bijvoorbeeld worden geplaatst in een voertuig dat vaak extra gewicht moet transporteren.

Als de schokdempers of veerpoten correct werken, dan hoeven ze niet te worden vervangen omdat er een dunne oliefilm over het bovenste deel van de werkkamer ligt. Deze dunne oliefilm ontstaat wanneer olie die wordt gebruikt om de stang te smeren, van de stang wordt geveegd wanneer deze het gelakte deel van de veerpot of schokdemper in gaat. (De stang wordt gesmeerd tijdens het in en uit gaan van de werkkamer). Tijdens de productie van de schokdemper of veerpoot wordt er een extra hoeveelheid olie toegevoegd ter compensatie van dit verlies. Olie die langs de zijkant van de schokdemper of veerpoot wegloopt, wijst echter wel op een versleten of beschadigde afdichting. De eenheid moet worden vervangen.

De hoofdoorzaak voor olielekkage is een beschadigde afdichting. De oorzaak van de beschadigingen moet worden opgespoord en verholpen, voordat de schokdempers of veerpoten worden vervangen. De meeste ophangingen maken gebruik van rubberen ophangingsaanslagen, die de inveeraanslag en de uitveeraanslag worden genoemd. Deze aanslagen beschermen de schokdemper of veerpoot tegen beschadigingen door doorslaan naar boven of beneden. Bij de meeste veerpoten wordt bovendien gebruik gemaakt van vervangbare stofbalgen om te voorkomen dat oliedichtringen door vuil worden beschadigd. Om de levensduur van de vervangende schokdempers of veerpoten te verlengen, moeten deze onderdelen worden vervangen als ze zijn versleten, gebarsten, beschadigd of als ze ontbreken.

Schokdempers en veerpoten maken een wezenlijk deel uit van de ophanging. Zij voorkomen dat onderdelen van de ophanging en banden voortijdig verslijten. Als ze zijn versleten, kunnen ze het stoppen, sturen en stabiliteit van de auto in gevaar brengen. Zij zorgen er ook voor dat de banden een goede grip op het wegdek hebben en verminderen de snelheid waarmee het voertuiggewicht over de wielen wordt verdeeld in bochten of tijdens het remmen.

Er zijn veel factoren die van invloed zijn op bandenslijtage. De vijf belangrijkste zijn: rijgedrag uitlijning bandenspanning versleten onderdelen van de ophanging of stuurinrichting versleten schokdempers of veerpoten Een gecupt slijtagepatroon wordt gewoonlijk veroorzaakt door versleten onderdelen van de stuurinrichting/ophanging of door versleten schokdempers/veerpoten. Versleten ophangingsonderdelen (d.w.z. fuseekogels, bussen van wieldraagarmen, wiellagers) leiden tot een onregelmatig gecupt patroon, terwijl versleten schokdempers/veerpoten gewoonlijk een regelmatig gecupt patroon veroorzaken. Om te voorkomen dat goede onderdelen worden vervangen, moeten alle onderdelen op beschadigingen of overmatige slijtage worden gecontroleerd, voordat er iets wordt vervangen.

Ja, met gas gevulde schokdempers/veerpoten bevatten dezelfde hoeveelheid olie als standaard hydraulische eenheden. De gasdruk wordt aan de eenheid toegevoegd om te voorkomen dat de demperwerking van de schokdemper afneemt wanneer de olie in een schokdemper of veerpoot door schudden, een te hoge temperatuur of lagedrukgebieden achter de zuiger gaat schuimen (luchtbellen in de olie). De gasdruk drukt de luchtbellen in de olie samen tot ze zo klein zijn dat ze niet van invloed zijn op de werking van de schokdemper. Hierdoor verbetert het rijgedrag en werkt de eenheid gelijkmatiger.

De vervangende eenheden zijn naar alle waarschijnlijkheid wel in orde. Een metaalachtig “dreunend geluid” wijst gewoonlijk op loszittende of versleten bevestigingsmiddelen. Als er een geluid te horen is bij een vervangende schokdemper, controleer dan of de bevestigingen goed zijn aangehaald en controleer of er geen andere versleten onderdelen zijn. Sommige schokdempers maken gebruik van een “gaffel”-bevestiging, waarbij de zijkanten van de “bevestigingsmof” stevig worden samengeknepen (net als in een bankschroef) om te voorkomen dat er geluid ontstaat. Als het geluid bij een veerpoot te horen is, dan moet het bovenste veerpootlager worden gecontroleerd en, indien nodig, vervangen. Oude bevestigingsbouten kunnen worden uitgerekt als ze te strak worden aangehaald of als ze meerdere keren zijn losgemaakt en weer aangehaald. Ook hierdoor kunnen geluiden ontstaan. Als bevestigingsbouten het originele aanhaalmoment niet meer kunnen aanhouden of als ze zijn uitgerekt, moeten ze worden vervangen.

Zeer zeker! Aangezien het verwijderen, vervangen en uitlijnen van veerpoten of schokdempers zeer arbeidsintensief kan zijn, is het een goed idee om het lager/de bevestigingsplaat en de bevestigingsbouten te controleren tegelijkertijd met andere onderdelen die de veerpoot/schokdemper beschermen, zoals het inveerstootrubber en de stofkap. U voorkomt dan niet alleen dat u dezelfde arbeidskosten opnieuw moet betalen, maar u beschermt ook uw investering in de nieuwe onderdelen.

Ja. Monroe raadt uitlijnen aan wanneer er vervangende veerpoten zijn aangebracht. Er zijn echter enkele uitzonderingen waarbij de autofabrikant geen voorwaarden voor uitlijning stelt of waarbij de uitlijningshoeken niet door het vervangen van de veerpoot worden beïnvloed. Voorbeelden zijn bepaalde dubbele wieldraagarmen, sommige gewijzigde veerpoten en ophangingen die gebruik maken van schokdempers. Voor gedetailleerde informatie kunt u contact opnemen met uw plaatselijke Monroe Expert Plus Dealer • Dealer vinden • of ons technische hulpteam.

Wanneer bestaande onderdelen op een vervangingsveerpoot worden gemonteerd, moet erop worden gelet dat de bovenste veerzitting correct wordt geplaatst ten opzichte van de onderste veerzitting of bevestiging. De richting van de bovenste veerzitting bepaalt de richting waarin de schroefveer wordt verbogen, zodat hij de binnenkant van het spatbord niet raakt. Als de richting niet klopt, kan de veer het spatbord raken wanneer de wielen worden gedraaid of wanneer de ophanging wordt samengedrukt.

De belangrijkste oorzaak hiervoor is dat het veerpootlager door vuil, een te strak aangehaalde moer van de zuigerstang of slijtage niet vrij kan draaien. Andere oorzaken kunnen zijn: lage bandenspanning, onjuiste uitlijningshoeken, en vastlopende onderdelen van de stuurinrichting (fuseekogels, spoorstangeinden, tandheugel).

In de meeste gevallen: nee. In veel auto’s wordt de lengte van de schokdempers gebruikt om de ophangingsslag te beperken terwijl de wielen hangen, om te voorkomen dat onderdelen beschadigd raken. Daarom moeten schokdempers worden gemonteerd terwijl de ophanging op de normale rijhoogte is. Vervangingen moeten worden aangebracht op hefbruggen waarbij de wielen niet vrij hangen, boven een werkput of op een uitlijnbrug. Voorbeelden van onderdelen die gewoonlijk door een te lange slag tegen beschadigingen worden beschermd, zijn: fuseekogels, spoorstangeinden, steekassen/universele koppelingen bij 2WD, U-koppelingen, remleidingen, ABS-sensorkabels en hoogtesensors. Als de auto met een aftermarket ophanging is uitgerust, zijn er gewoonlijk speciale, langere schokdempers nodig.

De meeste moderne schokdempers hebben een dubbelpijpconstructie. Ze werken alleen goed wanneer de binnenste van de twee buizen (de werkkamer) volledig met olie gevuld blijft. De buitenste buis (reserve) bevat een oliereserve plus lucht of een onder druk staand gas. Als de eenheid omgekeerd wordt aangebracht (stang naar beneden), kan de lucht of het gas vanuit de buitenste kamer de binnenste kamer in stromen, waardoor de demping niet effectief is. Daarom moeten dubbelpijpsdempers niet op de kop (of op de zijkant) worden gemonteerd. Uitzondering hierop vormen speciaal ontworpen eenheden die een gascel bevatten, waardoor het gas in de buitenste, reservebuis blijft.

Dit is een veiligheidsmaatregel, waarbij sommige vervangende veerpoten een onderste veerzitting met een grotere diameter hebben. Deze veerzitting voorkomt dat de schroefveer breekt door contact met de band. De speling moet worden gecontroleerd als er grotere banden, bandkettingen, of vervangingswielen worden gebruikt.

De meeste moderne schokdempers gebruiken een dubbele pijpconstructie. Voor een correcte werking moeten de twee pijpen (werkingskamer) volledig met olie gevuld blijven. De externe pijp (reserve) bevat reserveolie en lucht of gas onder druk. Wanneer de scholdemper ondersteboven gemonteerd wordt (met de bevestigingspen naar beneden) kan de lucht of het gas van de buitenkamer binnendringen in de binnenkamer, met een slechte demping voor gevolg. Daarom mogen schokdempers met dubbele pijp niet ondersteboven of op hun zijkant gemonteerd worden, uitgezonderd indien het gaat om specifiek daarvoor ontworpen producten met een ingebouwde gascel of cellulair gasmateriaal dat ervoor zorgt dat het gas in de buitenste reservepijp blijft.

Ja, sommige voertuigen kunnen aangepast worden voor gebruik met niet-elektronische onderdelen, indien de eigenaar het originele elektronische rijcontrolesysteem wenst te vervangen. Voor meer informatie, raadpleeg de bijgevoegde PDF: Instructies voor het overschakelen van elektronische naar standaard schokdempers/veerpoten. Monroe fabriceert ook de conversiekit referentie 90001 om de luchtophanging die gebruikt wordt op de 1988-1994 Lincoln Continental te vervangen door de conventionele veerpoten.

Voor extra veiligheid worden sommige vervangingsveren voorzien van een onderste veerplaat met een grote diameter. Deze plaat voorkomt dat een gebroken veer in contact kan komen met de band. Bij gebruik van bredere banden, bandenkettingen of reservewielen moet nagegaan of er voldoende ruimte overblijft.